Jaarboek 2009 (96)

Michael Metcalf en Wybrand Op den Velde, The Monetary Economy of the Netherlands, c 690-c. 760 and the Trade with England, A Study of the ‘Porcupine’ Sceattasof Series E, vol. I

Metcalf en Op den Velde hebben op basis van een stempel-corpus van ruim 3500 stekelvarken/standaard sceattas geschat dat meer dan 50 miljoen muntjes van dit type zijn aangemunt. De aanmaak begon omstreeks 695. Er waren twee belangrijke produktiecentra in Nederland, het grootste lag ten zuiden van de grote rivieren, een kleinere munt was in Friesland gesitueerd. Ongeveer 10% van het totaal zijn buiten de grenzen van het huidige Nederland vervaardigde imitaties. Deze munten hadden een dubbele functie; zij waren bestemd voor de dagelijkse locale transacties, maar vooral voor de internationale handel, in het bijzonder met Engeland. Er zijn aanwijzingen dat de stekelvarken sceattas langer in omloop zijn gebleven dan voorheen werd aangenomen, mogelijk tot na 800. De grote hoeveelheid munten en de vindplaatsen getuigen van een reeds ver ontwikkelde geldeconomie in de 8e eeuw, met intensieve handelsbetrekkingen.

ISSN0920-380X

<< Terug